Atletiek

Beginnerscursus 

De afgelopen jaren zijn er op de atletiekbaan van het Bijlmersportpark 3 cursussen geven voor de beginnende hardlopers. De trainingen werd gegeven op de maandag van 17.00 tot 18.00 uur. Een aantal van deze lopers zijn verder gegaan en zijn ieder maandag op de atletiekbaan te vinden.

Bij voldoende belangstelling zal er gekeken worden een nieuwe 14 weekse beginners cursus te starten. Heb je interesse? Stuur een email aan andre.den.boer@amsterdam.politie.nl.

Wat is atletiek?

De meeste mensen denken aan hardlopen als ze aan atletiek denken. Maar atletiek is meer dan alleen maar hardlopen en is één van de eerste sporten en dateert uit de tijd van het oude Griekenland. Atletiek word ook wel de ‘’moeder der sporten’’ genoemd omdat het een multidisciplinaire sport is waarbij alle menselijke basisbewegingen (lopen, springen, werpen) aan bod komen. En ook in deze sport onderscheiden wij ons als korps en APGS van de rest van Nederland.

100m

De 100m is de kortste loopafstand op de baan en is de meest pure en eerlijke vorm van menselijke snelheid en is daardoor het  koningsnummer van de atletiek geworden. De 100m is het domein van absolute snelheid. Atleten met verschillende lichaamsbouw kunnen goed presteren op deze afstand. Snel zijn betekent in staat zijn om direct vanuit de hersenen opdrachten door te geven die nodig zijn voor spiersamentrekking. De 100m vereist buitengewone reflexen bij de start en grote explosieve kracht. In de eerste passen moeten de sprinters volmaakte controle over hun bewegingen en hun evenwicht, waarbij ze een zekere ontspanning houden. Dan moeten ze hun versnellend vermogen gebruiken om topsnelheid te bereiken. Omdat het moeilijk is topsnelheid langer dan 6 of 7 seconden vast te houden, hebben sprinters sterke spieren nodig en een ontspannen ogende techniek. De juiste verhouding tussen frequentie en paslengte is de sleutel tot de sprinttechniek. De 100m kan worden verdeeld in de elementaire delen start, de versnelling en finish. De juiste combinatie zorgt voor het beste resultaat.

200m

Bij de 200 m moet de atleet de basissnelheid van de 100 m combineren met een looptechniek die hem in staat stelt centrifugale krachten te beheersen in de bocht. De 200 m tilt de snelheid boven zichzelf uit. Goede indeling van de race en effectieve bochtentechniek vormen de sleutel tot succes bij deze sprintafstand. Atleten moeten niet te langzaam starten, maar als ze te scheutig zijn met energie zullen ze niet de hele afstand volhouden zonder te verzwakken. Kracht neemt het over van snelheid als de sprinter uit de bocht komt en de pijn begint te voelen.

400m

De 400m is berucht als “dodelijk” omdat het fysiologisch onmogelijk is om langer dan 30 tot 35 seconden te lopen op praktisch volle snelheid. Na 30 tot 35 seconden begint de zuurstofschuld op te treden en de spieren vullen zich met melkzuur. 400 m lopers moeten over een goede basissnelheid beschikken, en  moeten het tempo goed kunnen inschatten en pijn leren negeren! De zwaarste sprintafstand is kort in tijd en lang in afstand. De 400 m loper moet een sprinter met lef zijn. Wilskracht strijdt tegen de pijn als de spieren alsmaar zwaarder worden aan het eind van een race. Alleen in zijn baan  moet de atleet snel starten, op negentig procent van zijn kunnen en zijn tempo zo onder controle houden dat hij niet tegen een muur loopt

 

Contributie:
Basiscontributie APGS bedraagt 17,50 en voor deze afdeling 22,50 euro per jaar.

Meer info via Evert Schuringa, evert.schuringa@politie.nl, 0653904485.

Foto's

Video's